Woensdagochtend was het eindelijk zover: om 9u30 werd ik er verwacht.
Eigenlijk was ik blij dat de dag gekomen was, want de stress die ik al zoveel maanden voelde had hier duidelijk een heel goeie bodem gevonden!
Na een korte nacht (kan het anders?) maakte ik me klaar en met een dwaas hoofd en wat onzekere benen reed ik naar Haasrode.
Ik was al even na 9u daar en er was niemand voor mij in de wachtzaal.
Eerst kwam er een bediende die mijn identiteitskaart en oproepingsbrief vroeg: ik dacht dat u in Italië woonde?
'Ja, toch wel maar we zijn nog hier gedomicilieerd zolang het huis niet verkocht is. Ik ben speciaal naar Belgie gekomen...'
Even later kwam de vorige persoon buiten en mocht ik binnen in een kamer waar 3 heren achter een bureau zaten. Ik herinner het me niet volledig maar ik dacht dat de linkse een laptop had en de middelste mijn dossier.
Alhoewel het 3 dokters zijn, voelde het meer aan alsof ik op een rechtbank terechtstond.
De middelste man begon te spreken en deed dit onmiddellijk op vrij barse toon terwijl hij in mijn dossier bladerde. U kan toch halftijds een lichter werk doen mevrouw?
'Ik wou dat ik dat kon, maar als ik me al doodmoe voel na een uur geconcentreerd te praten over een redelijk moeilijk onderwerp, voel ik dat ik me nog niet kan engageren om halftime te werken.
Ik zou heel graag terug gaan werken! Wanneer het 30° is en ik me beter voel denk ik al direct: als het zo doorgaat kan ik terug gaan werken!
Maar van zodra er een druppel regen valt, zak ik als een bloemzak terug ineen...'
'Ik heb altijd professioneel gewerkt en kan geen enkele werkgever vandaag de garantie geven dat ik er morgen voor hem zal stààn. Dat wilt toch geen enkele baas?'
De toon was gezet, de man bleef een hele tijd harde opmerkingen maken en ik werd meer en meer triest.
Tranen priemden in mijn ogen bij de herinneringen aan de zovele keren dat ik hoopte om terug te kunnen beginnen bij KBC. Aan de zovele vacatures in Italië en in België die ik na mijn ontslag al bekeken had in de hoop... die telkens weer aan diggelen werd gegooid.
'Zeg mij heren, denkt u dat het nog goedkomt met mij? Ik ben zo bang dat er in mijn hoofd iets definitiefs geknakt is en dat het nooit meer in orde komt?
Telkens opnieuw is er de felle pijn. Altijd op een andere plaats of op een andere manier. En wanneer ik dat dan laat onderzoeken vindt men nooit iets. Dan voel ik me altijd zo onnozel, alsof ik niet tegen een pijntje kan... Het is zo frustrerend!'
Ik laat hen de laatste resultaten zien van de recente onderzoeken naar reuma en het carpel-tunnel syndroom. Geef hun ook de laatste rapporten van mijn arts in Italië en die ik recent in België ook nog bezocht heb.
'Het is telkens weer terug naar af, na elk onderzoek!'
De krop komt me in de keel en mijn stem breekt...
De linkerman sprak met veel zachtere stem: Mevrouw, u mag nog zoveel onderzoeken laten doen als u wilt, men zal nooit iets vinden bij u.
Wat bedoelt die man nu, dat ik komedie speel of wat? Ik bekijk hem met ongeloof, de wanhoop nabij...
U heeft gewoon de lat veel te hoog gelegd. U heeft veel te hard gewerkt en dàt is het wat uw lichaam u vertelt. Wanneer u voldoende rust neemt, kan dat zeker nog in orde komen.
'Maar mijnheer, ik ben al 3 jaar aan het rusten en ik kan nog altijd niet veel aan!
Hoeveel langer moet ik dan nog rusten?
Altijd opnieuw die pijn, die is wel heel écht! En de mist in mijn hoofd waardoor ik me niet kan concentreren! En de vermoeidheid telkens weer!'Ik doe hem het ganse verhaal over het hoe en waarom we naar Italië vertrokken zijn.
Omdat 'vakantie' voor mij niet aan de orde was, heb ik mijn ganse nest naar daar verhuisd.
Het microklimaat daar heeft wel al voor een verbetering gezorgd, maar ik had een veel beter resultaat verwacht... Maar dan dat verdomde ontslag!
De norse man voelt aan dat hij in zijn ondervraging te ver gegaan is en probeert wat te milderen door een paar vragen te stellen over waar we dan zitten in Italië.
Zijn linkercollega probeert me wat verder te kalmeren want ik zit op het randje van hyperventilatie...
De rechterman zwijgt en kijkt...
Ik krijg nog een aantal vragen die vooral gebaseerd zijn op mijn openhartig gesprek dat ik 3 jaar geleden had met de sociaal assistente van de mutualiteit.
Blijkbaar zit dat mooi volledig uitgetypt in het dossier...
Ik besef niet meer wie er spreekt wanneer ik hoor: en volgt u nog psychotherapie, want psychologen en psychiaters kunnen wel helpen om u te leren de lat minder hoog te leggen.
'Voor zover ik het in het Italiaans kan uitleggen, en anders probeer ik het in het Frans omdat mijn arts wel wat Frans spreekt.
Maar dat is niet altijd even gemakkelijk.'
Ze hebben intussen de franse rapporten ingekeken van mijn Italiaanse dokter en hebben blijkbaar toch wel begrip voor de situatie.
Mevrouw, we gaan u even onderzoeken. U mag in de kleedkamer gaan om u uit te kleden.
De stille man komt naar me toe en gaat me voor om het hokje aan te duiden.
Ik sluit de deur en kan me opeens niet meer bedwingen.
De tranen stuiten omhoog en ik begin fel te snikken terwijl ik mijn pullover uittrek.
Waarom overkomt mij dit alles? Kom ik nog ooit terug in orde?
Ik was altijd zo aktief bezig en zolang ik mijn evenwicht had tussen rust en activiteit kon ik dat ritme aan.
Op dat ogenblik haat ik KBC omdat ze me nooit geloofd hebben toen ik zei dat ik het niet aankon om in de stress van Brussel te gaan werken. Dat ze nooit rekening gehouden hebben met wie ik ben en wat ik aankan, waardoor ik wel moest roofbouw plegen op mijn lichaam. Alles was altijd prioritair en dringend, tot ik ineengestort ben want daarna mochten al mijn dossiers wegrotten in de kast...
En wanneer blijkt dat de citroen volledig uitgeperst is, word ik als een schurftige hond buitengegooid!
Er komt niet snel iemand kloppen, dus ik laat mijn tranen de vrije loop.
Na een tijdje bedaar ik een beetje.
Een zachte klop en de zwijgzame man komt me halen.
We gaan even uw gewicht nemen, uw lengte, uw bloeddruk en dan ga ik naar uw hart en longen luisteren.
Gaat u maar op de weegschaal staan.
Een strenge stem vraagt intussen luid: heeft u in de kleedkamer gehuild mevrouw?
'Ja.'
En waarom dan?
Snapt die man er nu echt niks van?
Terwijl ik wankelend op de weegschaal stap, begin ik terug te snikken. Ik moet me vastnemen aan de weegschaal om niet te vallen...
'Omdat ik het niet meer zie zitten...'
Zachte stem: Maar mevrouw, u moet niet wanhopen. Het gaat nu toch al wat beter met u in Italië. Wanneer uw andere problemen zich ook gaan oplossen, dan heeft u toch een reëele kans op een verbetering van uw gezondheid. Maar u mag vooral de lat niet meer zo hoog leggen! Dat moet u absoluut leren!
Ik hoor hen nog wat over en weer praten over mijn lengte en bloeddruk en zo, maar het gaat allemaal aan mij voorbij. Ik ben volledig op en voel me compleet verdoofd.
U mag u terug omkleden en naar de wachtkamer gaan, mevrouw.
Ik ga zacht snikkend terug en het duurt een tijdje voor ik klaar ben om naar de wachtzaal terug te gaan.
Intussen zitten daar verschillende mensen die me allemaal aanstaren van zodra ik binnenkom. Ik durf niemand te bekijken en verberg mijn gezicht zoveel mogelijk om mijn tranen te verbergen.
Even later roept de bediende mij terug binnen.
Hier is uw identiteitskaart mevrouw en een document waarmee u bij de ziekenkas een tussenkomst in de vervoerskosten kunt aanvragen.
Voorlopig is alles in orde en wij zullen de mutualiteit verwittigen dat ze u verder mogen uitbetalen.
'Maar ze moeten mij niet betalen mijnheer, ik ben in vooropzeg en krijg nog tot maart 2012 geen enkele vergoeding?'
Laat me even kijken...
Hij toont me een document en wijst een datum aan: 30 september 2012.
Tot die datum is alles voor ons in orde en zullen we u niet meer oproepen.
'Moet ik nog naar de mutualiteit gaan?'
Indien zij u oproepen, uiteraard wel. Maar anders niet.
Wij zullen uw medisch adviseur verwittigen maar dat kan enkele weken duren omdat dit nog naar Brussel moet en zo. Maar het is niet slecht indien u haar zelf al de beslissing meedeelt.
'Dat was ik sowieso al van zin, en al mijn andere dokters ook.'
Ik ga terug naar de auto, nog te verdoofd om te beseffen dat ik eindelijk een zware last van mijn schouders mag laten vallen.
Ik stuur wel een dikke mercie naar mijn engelbewaarder, mijn pappa, de mamma van Jan en nog een paar overledenen die ik om steun gevraagd heb.
Ik krijg nog een lange periode waarin ik rustig mag herstellen...
Hopelijk ben ik tegen september volgend jaar toch wel halftime aan het werk!




